Home Goed om te weten De Vlaamse beweging

de Vlaamse beweging

De Belgische Revolutie van 1830 heeft de anti-Nederlandse gevoelens sterk aangewakkerd. België wordt een Franstalige staat. Naar de wens van enkele revolutionairen gebeurt dat in afwachting dat het land met het ?grote vaderland", Frankrijk, verenigd wordt. Wel weten de wettenmakers dat de meeste Vlamingen het Frans niet of nauwelijks beheersen. Alexandre Gendebien, lid van het Voorlopig Bewind en van het Nationaal Congres, verklaart in dat verband, uiteraard in het Frans: ?De regering heeft zich met dit moeilijke probleem beziggehouden. Er moet een vertaling (van de officiële stukken) komen in alle Vlaamse dialecten. Zeker, en er zijn er veel. Ik heb er geen verstand van, maar deskundigen hebben me daarover ingelicht. Het Voorlopig Bewind laat die taak aan de plaatselijke besturen over."



De romantische geestdrift van het begin van de negentiende eeuw

resulteert niet alleen in revolutionair verzet en geweld, in

Vlaanderen wekt ze ook waardering voor het eigen verleden en de

moedertaal, die door de verfran-sende Belgische staat in haar

bestaan wordt bedreigd. Dezelfde geestdrift inspireert Hendrik

Conscience, zoon
van een Vlaamse moeder en een Franse vader, tot de roman De

Leeuw van Vlaanderen (1838), een evocatie van de heldendaden

van de Vlaamse voorvaderen, culminerend in de Guldensporenslag

van 1302 bij Kortrijk.
De flaminganten zijn het aanvankelijk niet eens over de taal

die naast of in plaats van het Frans moet komen. Een algemene

taal ter overkoepeling van de verschillende dialecten in

Noord-België bestaat niet. De term Vlaams is wel in gebruik,

maar houdt niets anders in dan een mengelmoes van dialecten

die, min of meer van lokale woorden, wendingen en uitspraak

gezuiverd, als surrogaat voor een algemene spreek- of

schrijftaal wordt gepresenteerd. Sommigen - de zogenaamde

particularisten - verzetten zich tegen de Nederlandse

standaardtaal, de ?Hollandse boeken-taal", zoals ze die smalend

noemen. Een van hen is de West-Vlaamse dichter Guido Gezelle,

die ijvert voor een taal die verankerd zit in de dialecten. De

West-Vlaamse dialecten beschikken volgens hem over adelbrieven,

want ze zijn het minst veranderd, de middeleeuwse erfenis

hebben ze het zuiverst bewaard. Volgens Guido Gezelle kan

alleen dit ?antiek Nederlands" (9) bescherming bieden tegen al

wat vreemd is en de eigen aard van Vlaanderen geweld aandoet,

zowel het ?Hoog-Hollandsch" als het libertijnse Frans. Bij

anderen maakt de kortstondige vereniging van België met

Nederland (1815-1830) de herinnering wakker aan het verre

gemeenschappelijke verleden en de nauwe taaiverwantschap van

Vlaanderen en Nederland, onder meer bij Jan Frans Willems,

?Vader van de Vlaamse Beweging".
De Vlaamse Beweging is geen concrete vereniging, maar houdt het

streven in van het Vlaamse volk om zijn eigen identiteit

gestalte te geven. Ze drukt zich uit in de
strijd voor de rechten van de taal en de algehele emancipatie

van het volk. Aanvankelijk gaat haar aandacht hoofdzakelijk uit

naar taal- en letterkunde, maar vanaf het einde van de

negentiende eeuw krijgt ze een sociaal-economische oriëntering.
In de loop van de laatste honderd jaar komt een wetgeving tot

stand die in het Vlaamse land de rechtspraak, het algemeen

bestuur, het onderwijs en het leger trapsgewijs vernederlandst.

In 1898 erkent de Gelijkheidswet het Nederlands als nationale

taal van België naast het Frans. In 1930 vindt de

vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit plaats. In

1932 worden het lager onderwijs en het voortgezet onderwijs in

Vlaanderen, zowel het vrije als het officiële, eentalig

Nederlands.
De wetten van 1962 en 1963 leggen de Nederlands-Franse

taalgrens vast als een onaantastbare administratieve en

bestuurlijke grens. De grondwetsherziening van 1993 maakt van

België een federale staat met twee soorten deelstaten: drie

economische gewesten, namelijk Vlaanderen, Brussel en Wallonië,

en drie culturele gemeenschappen, namelijk de Nederlandstalige

in Vlaanderen en Brussel, de Franstalige in Brussel en Wallonië

en de Duitstalige in het oosten van Wallonië.
De eigen parlementen van deze deelstaten worden om de vijf jaar

rechtstreeks verkozen. Aan Nederlandstalige kant vormen het

parlement van het economische gewest Vlaanderen en dat van de

Nederlandstalige cultuurgemeenschap één geheel: het Vlaamse

parlement met een Vlaamse regering als uitvoerende macht.
Nog geen twee decennia na de Belgische Revolutie van
1830 zoeken Nederlandse en Vlaamse geleerden contact met

elkaar. Vanaf 1849 houden ze geregeld Nederlandse Taal- en

Letterkundige Congressen, die afwisselend in Nederland en

België plaatsvinden. Daar zetten ze samen het omvangrijke en

nog steeds niet voltooide Woordenboek der Nederlandscbe Taal op

stapel. De eerste aflevering van het WNT verschijnt in 1864,

maar het hele eerste deel (A-Ajuin) is pas in 1882 klaar. Het

zal, naar verwachting in 1998, na bijna 150 jaar noeste arbeid

helemaal voltooid zijn. Deze vrucht van anderhalve eeuw

Vlaams-Nederlandse samenwerking wordt het grootste woordenboek

ter wereld.
Door de toenemende stroom van nieuwe woorden en wendingen kiest

de redactie van het WNT in 1972 voor een andere opzet: woorden

die van na 1920 dateren, worden nog wel opgenomen, maar niet

meer behandeld. Een paar letters van deze - zoals een van de

redacteuren dat noemde - ?kathedraal van de neerlandistiek"

wachten nog op beschrijving. Het WNT wordt voltooid binnen het

Instituut voor Nederlandse Lexicologie in Leiden. Datzelfde

Instituut heeft ook een afdeling voor de opbouw van een nieuw

woordarchief voor de geplande Thesaurus, een verzameling

synchronische woordenboeken.
Voor de samenstelling van het WNT is een gemeenschappelijke

spelling onontbeerlijk. In Nederland was sinds 1804, de tijd

van de Bataafse Republiek, de spelling-Siegenbeek van

toepassing, in België vanaf 1844 de zogenaamde

commissiespelling. Voor het WNT ontwerpen de taalkundigen De

Vries en Te Winkel een nieuwe spelling. België erkent die in

1864 en de Nederlandse regering maakt er vanaf 1883 ook gebruik

van, maar stelt haar
niet verplicht omdat veel taalkundigen en onderwijsmensen die

spelling te ingewikkeld vinden.
Pas in 1945 stelt een Belgisch-Nederlandse commissie een

gemeenschappelijke regeling voor, die één jaar later in België

en twee jaar later in Nederland voor onderwijs en overheid

verplicht wordt gesteld. In 1954 verschijnt het ?groene

boekje", de Woordenlijst van de Nederlandse taal, samengesteld

in opdracht van de beide regeringen. Daarin worden de

beginselen van de Nederlandse spelling uiteengezet en

toegepast. Na een spellingbijsturing wordt in 1995 een nieuw

?groen boekje" gepubliceerd.
Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben overheidsinitiatieven, maar

vooral particuliere acties, de culturele samenwerking tussen

Nederland en België nagestreefd en bevorderd. We noemen het

Algemeen-Nederlands Congres, het Algemeen Nederlands Verbond,

het Genootschap Onze Taal, het Komitee voor Frans-Vlaanderen,

de Stichting Lodewijk de Raet, de Vereniging Algemeen

Nederlands en de Stichting Ons Erfdeel.
Een belangrijk jaar in de toenadering tussen Nederland en

Vlaanderen is 1951: op initiatief van de Belgische regering

wordt de eerste Algemene Conferentie der Nederlandse Letteren

gehouden. Sinds 1956 wordt tijdens deze jaarlijkse conferentie

om de drie jaar afwisselend door het Belgische en het

Nederlandse staatshoofd, bij toerbeurt aan een Nederlandse en

een Vlaamse auteur de Prijs der Nederlandse Letteren

uitgereikt. Voorts subsidieren België en Nederland samen het

Instituut voor Nederlandse Lexicologie en de Internationale

Vereniging voor Neerlandistiek.
De ministers van Cultuur van Nederland en de Nederlandstalige

gemeenschap in België geven in 1975 aan een
werkgroep de opdracht om een ?concreet en gedetailleerd

voorstel" te doen voor een ?tussen België en Nederland op te

richten gemeenschappelijk orgaan van advies en samenwerking op

het gebied van de Nederlandse taal- en letterkunde".
En zo sluiten op 9 september 1980 Nederland en België de

Nederlandse Taalunie. (10)
De memorie van toelichting bij dit verdrag begint als volgt:

?De culturele verbondenheid van Nederland en Nederlandstalig

België manifesteert zich bovenal in de gemeenschappelijke taal:

het Nederlands." In dit kader past ook de ANS, de Algemene

Nederlandse Spraakkunst, een uitvoerig grammaticaal naslagwerk,

ge?nspireerd door de Internationale Vereniging voor

Neerlandistiek en geschreven door neerlandici uit Zuid en

Noord.
Op 17 januari 1995 sloten het Koninkrijk der Nederlanden en de

Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België een ?Verdrag

inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs,

wetenschappen en welzijn".
De officiële erkenning en bevestiging dat het Nederlands de

gemeenschappelijke taal is van Nederlanders en Vlamingen houdt

niet in dat er geen verschillen bestaan binnen het Nederlands.

Deze verschillen vloeien voornamelijk voort uit de

verscheidenheid van de dialecten: een Haarlemmer praat

Nederlands met een andere tongval dan een Groninger, een

Diksmuidenaar anders dan een Hasselaar. Ook tussen het Algemeen

Nederlands zoals Vlamingen en Nederlanders het spreken en

schrijven bestaan aanwijsbare verschillen. Dat is de tol voor

drie eeuwen politieke en culturele scheiding.
Sinds de zeventiende eeuw is in het Noorden, in een natuurlijke

relatie met de dialecten, een Nederlandse cul-
tuurtaal tot stand gekomen, terwijl tot in de negentiende eeuw

het Nederlands in Vlaanderen stagneerde in dialectische vormen,

overkoepeld door het Frans. Van het Frans ondergingen de

dialecten en ondergaat het Algemeen Nederlands in Vlaanderen

nog steeds de vervreemdende invloed. Ook het Noorden heeft de

invloed van het Frans ondergaan, maar lang niet zo sterk.
De gemeenschappelijke economische en politieke verbanden, de

culturele samenwerking, de invloed van radio en tv die de brede

massa's over de Belgisch-Nederlandse staatsgrens heen bereiken,

de veelvuldiger persoonlijke contacten tussen Nederlanders en

Vlamingen en nog andere factoren maken de hinderlijke

verschillen tussen het Nederlands in Noord en Zuid met de dag

kleiner en zorgen ervoor dat er een wisselwerking op gang komt.

Omringd door drie grote culturen, de Franse, Engelse en Duitse,

vormen Nederlanders en Vlamingen een groep van ruim twintig

miljoen mensen met een gemeenschappelijke taal, waarvoor ook

maar één naam mag gelden: Nederlands.

 

(Bron: Vandenputte O. Nederlands. Het verhaal van een taal. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem 1996)