Home Goed om te weten Het Zuiden na de scheiding

Het Zuiden na de scheiding

De Nederlandse letteren in het Zuiden leiden na de scheiding een kwijnend bestaan in boertig, traditioneel-godsdienstig of pseudo-historisch theater van Franse herkomst. De belangrijke rol van de rederijkers mogen we echter niet onderschatten, want zij hebben de volkstaal bewaard en versterkten het bewustzijn te behoren tot de culturele gemeenschap van de Nederlanden. Van
deze dubbele erfenis zal de Vlaamse Beweging in de negentiende eeuw veel profijt hebben. De bekendste Zuid-Nederlandse schrijver uit de zeventiende eeuw is Michiel de Swaen, een Duinkerkenaar. Duinkerke ligt in Frans-Vlaanderen, dat in 1713 bij de Vrede van Utrecht definitief door Frankrijk wordt geannexeerd.

In de achttiende eeuw zijn er geen toonaangevende Zuid-Nederlandse auteurs meer en de invloed van het Noorden reikt meestal niet verder dan de staatsgrens. Het Nederlands in het
Zuiden blijft steken in lokale uitdrukkingsvormen en onvolgroeide realisaties van een algemene taal zonder prestige.

J.B. Verlooy klaagt: ?...de Nederduytsche tael is hier wel anders mishandelt by ons, en voor al in Brussel: zy is in deze stad niet alleen veronachtzaemt, maer ook veracht: men spreekt er schier niet als de straettael: nouwelyks eenen geleerden die ze middelmatig weet: 't gemyn meynt dat ze gebrekkig is en veracht ze zonder kennen...".

In 1794 trekken de Franse revolutionaire legers de Nederlanden binnen. De Fransen voeren in de Zuidelijke Nederlanden dezelfde taalpolitiek als in Frankrijk: het algemeen bestuur wordt volkomen verfranst. Wetten en decreten krijgen een lokale vertaling, maar alleen de Franse tekst heeft rechtskracht.
Ondertussen gaan in het Noorden kerk en school het bovengewestelijk Nederlands gebruiken. De taal van de Statenbijbel en van de zeventiende-eeuwse literatoren geldt als model, bijgeslepen door ?taalreglementeerders" als Balthazar Huydecoper uit Amsterdam en Arnold Moonen uit Zwolle.

(Bron: Vandenputte O. Nederlands. Het verhaal van een taal. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem 1996)