Hollands

En de spreektaal? Terwijl de meeste Hollanders hun dialect blijven gebruiken, passen de vooraanstaanden onder hen en de Vlamingen en Brabanders hun spraak aan elkaar aan. Het resultaat daarvan is een omgangstaal die overwegend Hollands is, maar met zuidelijke elementen is doorspekt. (De tweeklanken ui en ij bijvoorbeeld zouden uit het Zuiden komen.) Deze omgangstaal wordt later door de ?gecultiveerden" in de rest van de Republiek der Verenigde Nederlanden overgenomen. Ter aanduiding van het Nederlands komt nu ook de term Hollands in gebruik.


Het Algemeen Nederlands ?Hollands" noemen is historisch dus wel verklaarbaar, maar het is niet aan te bevelen, omdat het verwarring wekt. Hollands verwijst immers allereerst naar de dialecten die in Holland, Noorden Zuid-Holland, worden gesproken.
Tot vandaag de dag is tussen de renaissancistische schrijftaal met zuidelijke inslag en de vertrouwelijke spreektaal van Hollandse oorsprong een beperkt stilistisch verschil blijven bestaan, vooral in de woordenschat. Voorbeelden daarvan zijn:

gaarne/graag, gij/jij, lommer/schaduw, nu/nou,

opheffen/optillen, zenden/sturen, huwen/trouwen, werpen/gooien.


Dit verschil was onder meer Multatuli, auteur van de roman Max Havelaar (1860), een doorn in het oog. Hij wou de schrijftaal dichter bij de spreektaal brengen, ouderwets taalgebruik vermijden en natuurlijker schrijven.

 

(Bron: Vandenputte O. Nederlands. Het verhaal van een taal. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem 1996)