Vlaams

Middeleeuwse auteurs schrijven allen in hun eigen dialect, of ze nu uit Antwerpen, Den Bosch, Nijmegen, Maastricht of Amsterdam komen. Maar als ze op een ruimere lezerskring mikken, proberen ze wel die woorden, wendingen en vormen te gebruiken, waarvan ze weten, hopen of vermoeden dat ze in hun verstaanbaarheid verder reiken dan de eigen streek. De taal van de centra en van de bevolkingsklassen die op politiek, economisch en cultureel gebied de toon aangeven, staat daarvoor model.

 



Vanaf de dertiende eeuw spelen in de Nederlandse gewesten de Vlaamse steden een belangrijke rol: Brugge, leper en Gent delen de lakens uit! De Vlaamse ridderromans, Floris ende Blancefloer, Karel ende Elegast, het dierenepos Van den Vos Reynaerde, de Marialegende Beatrijs en de vele geschriften van Jacob van Maerlant, ?Vader der Dietschen dichteren algader", bevestigen de bloei van de literatuur in het graafschap Vlaanderen. Het taalmodel in de Nederlanden is Vlaams.
Het graafschap Vlaanderen grenst aan Frankrijk; het is er een leen van en onderhoudt er drukke handelsbetrekkingen mee. Vandaar dat ze ook in Frankrijk weten dat ?le flamand" bestaat en dat ze die naam in een brede betekenis gaan toepassen op de taal van de andere Nederlandse gewesten. Zo gebruiken woordenboekmakers later wel eens de termen ?flamand" en ?Vlaams" voor Nederlands, ook in Nederland. Sinds de negentiende eeuw bedoelen sommigen met Vlaanderen het hele Nederlandstalige deel van België, en met Vlaams het Algemeen Nederlands zoals het in Vlaanderen wordt nagestreefd. Het gebruik van Vlaams in die betekenis is niet aan te bevelen, want het roept het verkeerde idee op dat Vlaanderen een aparte cultuurtaal zou hebben. Na de verzanding van het Zwin en als gevolg van internationale politieke verwikkelingen gedurende de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk begint de achteruitgang van Brugge als zeehaven en handelsstad. In de loop van de veertiende en vijftiende eeuw gaat de hegemonie van Vlaanderen op de Brabantse gewesten over. Het is de tijd van de grote Bourgondische hertogen. Filips de Goede, de derde in de rij, onderwerpt nagenoeg alle Nederlandse gewesten aan zijn gezag. In 1430 neemt hij het hertogdom Brabant in bezit. De Brabantse steden ontwikkelen zich tot levendige centra: Antwerpen bevordert de fabricage van het onafgewerkte Engelse laken en neemt langzamerhand de rol van Brugge als belangrijkste haven van de Nederlandse gewesten over. Brussel wordt in 1430 tot residentiestad van de hertogen uitgeroepen, in Mechelen zetelt de Grote Raad, de hofraad van de Bourgondische hertogen, en in Leuven wordt in 1425 de universiteit gesticht. Het oeuvre van Ruusbroec en andere literaire werken uit de veertiende en vijftiende eeuw zoals de Abele spelen, het
mirakelspel Mariken van Nieumeghen en de moraliteit Elckerlyc dragen het stempel van de Brabantse glorietijd. Het logische gevolg van de nieuwe economisch-politieke en culturele
constellatie is dat het Vlaamse taalmodel Brabantse trekken gaat vertonen.

(Bron: Vandenputte O. Nederlands. Het verhaal van een taal. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem 1996)